Theorie
Bij terugrekenen hoort het percentage bij de oude waarde.
Na een afname van 20% blijft 80% over. De groeifactor is dan 0,8.
De nieuwe waarde is dus oude waarde × groeifactor. Om de oude waarde te vinden, deel je door de groeifactor.
- Bereken de groeifactorZet het percentage om naar een kommagetal en combineer dat met factor 1.
Een groeifactor vertelt waarmee je de oude waarde vermenigvuldigt.
Geen verandering hoort bij factor 1. Een percentage zet je om naar een kommagetal door te delen door 100.
Bij een toename tel je dat kommagetal bij 1 op. Bij een afname trek je het van 1 af.
- Deel het percentage door 100Deel het percentage door 100 om het als kommagetal te schrijven.
Delen betekent dat je een hoeveelheid eerlijk verdeelt of kijkt hoeveel gelijke groepen erin passen.
Het eerste getal is de totale hoeveelheid. Het tweede getal vertelt door hoeveel je deelt.
Controleer altijd of de deling precies uitkomt. Als dat niet zo is, krijg je een kommagetal of breuk als antwoord.
- Trek de afname van 1 afBij een afname wordt de groeifactor kleiner dan 1.
- Deel het percentage door 100
- Deel door de groeifactorDraai de vermenigvuldiging met de groeifactor om door te delen.
Delen betekent dat je een hoeveelheid eerlijk verdeelt of kijkt hoeveel gelijke groepen erin passen.
Het eerste getal is de totale hoeveelheid. Het tweede getal vertelt door hoeveel je deelt.
Controleer altijd of de deling precies uitkomt. Als dat niet zo is, krijg je een kommagetal of breuk als antwoord.
- Bereken de groeifactorDe groeifactor is 0,8.
- Deel het percentage door 10020 ÷ 100 = 0,2.
- Trek de afname van 1 af1 - 0,2 = 0,8.
- Deel het percentage door 100
- Deel door de groeifactor80 ÷ 0,8 = 100.