Theorie
Bij procentuele toename kijk je hoeveel erbij is gekomen.
Je vergelijkt die toename altijd met de beginwaarde, want de beginwaarde is 100%.
Deel de toename door de beginwaarde en vermenigvuldig daarna met 100.
- Bereken hoeveel erbij is gekomenTrek de beginwaarde af van de nieuwe waarde.
Bij aftrekken haal je een hoeveelheid weg of bereken je het verschil tussen twee getallen.
Het eerste getal is het startgetal. Het tweede getal is wat je daarvan afhaalt.
Let op of je over een tiental heen gaat. Dan moet je de eenheden en tientallen rustig apart bijhouden.
- Vergelijk de toename met de beginwaardeGebruik de toename als deel en de beginwaarde als geheel.
Een percentage vergelijkt een deel met een geheel, waarbij het geheel 100% is.
Deel het deel door het geheel om te zien welk deel van het totaal je hebt.
Vermenigvuldig daarna met 100 en zet er een procentteken achter.
- Deel door het geheelDeel het deel door het geheel om te zien welk deel van het geheel je hebt.
Delen betekent dat je een hoeveelheid eerlijk verdeelt of kijkt hoeveel gelijke groepen erin passen.
Het eerste getal is de totale hoeveelheid. Het tweede getal vertelt door hoeveel je deelt.
Controleer altijd of de deling precies uitkomt. Als dat niet zo is, krijg je een kommagetal of breuk als antwoord.
- Reken om naar procentenVermenigvuldig met 100 om het deel als percentage te schrijven.
Vermenigvuldigen gebruik je bij gelijke groepjes.
A × B betekent dat je A keer dezelfde hoeveelheid B neemt.In plaats van steeds opnieuw op te tellen, reken je het product in één keer uit.
- Deel door het geheel
- Bereken hoeveel erbij is gekomen50 - 40 = 10.
- Vergelijk de toename met de beginwaardeVergelijk de toename 10 met de beginwaarde 40.
- Deel door het geheel10 ÷ 40 = 0,25.
- Reken om naar procenten0,25 × 100 = 25%.
- Deel door het geheel