Theorie
Een breuk vertelt hoeveel gelijke stukken je hebt van een geheel.
De noemer zegt in hoeveel gelijke stukken elk geheel is verdeeld. De teller zegt hoeveel van die stukken je telt.
Begin bij het beginpunt van de getallenlijn en tel het aantal stukken van de teller vooruit.
- Plaats de breuk op de getallenlijnGebruik de noemer voor de gelijke stukken en de teller voor hoeveel stukken je telt.
Op een getallenlijn zijn de stappen steeds even groot.
De stapgrootte vertelt hoe groot elke stap tussen twee streepjes is.
Kijk eerst bij welk getal de lijn begint en hoe groot elke stap is.
Tel vanaf het beginpunt met de stapgrootte mee tot je bij de gevraagde waarde komt.
- Lees de stapgrootte van de getallenlijnKijk eerst naar het beginpunt, eindpunt en de stapgrootte.
- Plaats de waardeTel met de stapgrootte mee tot de gevraagde waarde.
- Lees de stapgrootte van de getallenlijn
- Plaats de breuk op de getallenlijn34 betekent: tel 3 van de 4 gelijke stukken.
- Lees de stapgrootte van de getallenlijnDe getallenlijn loopt van 0 tot 1 met stappen van 0,25.
- Plaats de waardeZoek 0,75 op de getallenlijn.
- Lees de stapgrootte van de getallenlijn