Theorie
Een gemengde breuk bestaat uit hele delen en een breukdeel, zoals 2 13.
Als je dit als één breuk wilt schrijven, maak je eerst van de hele delen breukdelen met dezelfde noemer.
Vermenigvuldig het hele getal met de noemer, tel de teller erbij op en laat de noemer gelijk.
- Zet de hele delen omZet de hele delen om naar breukdelen door het hele getal met de noemer te vermenigvuldigen.
Vermenigvuldigen gebruik je bij gelijke groepjes.
A × B betekent dat je A keer dezelfde hoeveelheid B neemt.In plaats van steeds opnieuw op te tellen, reken je het product in één keer uit.
- Tel de teller erbij opTel de teller van het breukdeel bij de omgezette hele delen op.
Bij optellen voeg je twee hoeveelheden samen.
Je kunt van links naar rechts tellen, maar bij grotere getallen is het vaak handiger om eerst een rond getal te maken.
Gebruik je een stukje van het tweede getal om het eerste getal aan te vullen, dan tel je daarna alleen nog de rest erbij.
- Kijk of je handig kunt aanvullenBij grotere getallen kun je vaak eerst een rond getal maken.
- Tel de rest erbij opTel daarna wat nog over is erbij.
- Kijk of je handig kunt aanvullen
- Houd de noemer gelijkDe delen blijven even groot, dus de noemer verandert niet.
- Zet de hele delen om2 × 3 = 6.
- Tel de teller erbij op6 + 1 = 7.
- Kijk of je handig kunt aanvullenGebruik direct optellen bij 6 + 1.
- Tel de rest erbij op6 + 1 = 7.
- Kijk of je handig kunt aanvullen
- Houd de noemer gelijkDe noemer blijft 3.