Theorie
Op een getallenlijn zijn de stappen tussen de streepjes steeds even groot.
De stapgrootte vertelt hoeveel één stap waard is, bijvoorbeeld 0,1 of 0,01.
Tel hoeveel stappen het punt vanaf het beginpunt ligt en tel die waarde bij het beginpunt op.
- Bereken de afstand vanaf het beginpuntVermenigvuldig de stapgrootte met het aantal stappen tot het punt.
Vermenigvuldigen gebruik je bij gelijke groepjes.
A × B betekent dat je A keer dezelfde hoeveelheid B neemt.In plaats van steeds opnieuw op te tellen, reken je het product in één keer uit.
- Tel de afstand bij het beginpunt opAls de getallenlijn niet bij 0 begint, tel je de afstand bij het beginpunt op.
Bij optellen voeg je twee hoeveelheden samen.
Je kunt van links naar rechts tellen, maar bij grotere getallen is het vaak handiger om eerst een rond getal te maken.
Gebruik je een stukje van het tweede getal om het eerste getal aan te vullen, dan tel je daarna alleen nog de rest erbij.
- Kijk of je handig kunt aanvullenBij grotere getallen kun je vaak eerst een rond getal maken.
- Tel de rest erbij opTel daarna wat nog over is erbij.
- Kijk of je handig kunt aanvullen
- Bereken de afstand vanaf het beginpunt0,1 × 6 = 0,6.
- Tel de afstand bij het beginpunt op0 + 0,6 = 0,6.
- Kijk of je handig kunt aanvullenGebruik direct optellen bij 0 + 0.6.
- Tel de rest erbij op0 + 0.6 = 0.6.
- Kijk of je handig kunt aanvullen