Theorie
Bij verhoudingvragen blijft de waarde per stuk gelijk.
Als je weet wat meerdere stuks samen kosten, reken je eerst terug naar 1 stuk. Dat geeft de waarde per stuk.
Vermenigvuldig die waarde daarna met het gevraagde aantal.
- Reken terug naar 1Deel het totaal door het bekende aantal.
Bij terugrekenen naar 1 zoek je de waarde van één stuk, één pak of één eenheid.
Deel de totale waarde door het aantal dat erbij hoort.
Als er daarna een ander aantal gevraagd wordt, vermenigvuldig je de waarde van 1 met dat aantal.
- Bereken eerst 1Deel de totale waarde door het aantal om de waarde van 1 te vinden.
Delen betekent dat je een hoeveelheid eerlijk verdeelt of kijkt hoeveel gelijke groepen erin passen.
Het eerste getal is de totale hoeveelheid. Het tweede getal vertelt door hoeveel je deelt.
Controleer altijd of de deling precies uitkomt. Als dat niet zo is, krijg je een kommagetal of breuk als antwoord.
- Reken naar het gevraagde aantalVermenigvuldig de waarde van 1 met het gevraagde aantal.
Vermenigvuldigen gebruik je bij gelijke groepjes.
A × B betekent dat je A keer dezelfde hoeveelheid B neemt.In plaats van steeds opnieuw op te tellen, reken je het product in één keer uit.
- Bereken eerst 1
- Reken door naar het gevraagde aantalVermenigvuldig de waarde van 1 met het gevraagde aantal.
Vermenigvuldigen gebruik je bij gelijke groepjes.
A × B betekent dat je A keer dezelfde hoeveelheid B neemt.In plaats van steeds opnieuw op te tellen, reken je het product in één keer uit.
- Reken terug naar 17,5 ÷ 3 = 2,5.
- Reken door naar het gevraagde aantal2,5 × 8 = 20.