Theorie
Bij meerdere metingen gebruik je vaak het gemiddelde, omdat losse metingen een beetje kunnen verschillen.
Tel alle metingen bij elkaar op en deel daarna door het aantal metingen.
Noteer de uitkomst met een passende eenheid.
- Tel de metingen opTel alle waarden uit de lijst systematisch bij elkaar op.
Een som van waarden krijg je door alle getallen bij elkaar op te tellen.
Werk systematisch van links naar rechts of maak eerst handige groepjes.
Controleer aan het einde of elk getal uit de lijst precies één keer is meegeteld.
- Tel het aantal metingenTel hoeveel losse waarden er in de rij staan.
Een waarde is één los getal in een rij met gegevens.
Het aantal waarden is dus niet de som van de getallen, maar hoeveel getallen er in de rij staan.
Tel de waarden één voor één en stop wanneer je de hele rij hebt gehad.
- Deel door het aantal metingenDeel de som door het aantal waarden.
Een gemiddelde verdeelt de totale som eerlijk over alle waarden.
Als je de som en het aantal waarden al weet, hoef je alleen nog te delen.
Gebruik: gemiddelde = som : aantal waarden.
- Noteer het gemiddeldeNoteer de uitkomst met een passende eenheid.
- Tel de metingen op12,1, 12,3 en 12,2 samen geeft 36,6.
- Tel het aantal metingenIn 12,1, 12,3 en 12,2 staan 3 waarden.
- Deel door het aantal metingen36,6 ÷ 3 = 12,2.
- Noteer het gemiddeldeHet gemiddelde is 12,2 m.